Overkomt jou dat ook vaak? Dat mensen in je omgeving of op tv woorden gebruiken waarvan je nekharen overeind gaan staan? Ik kan me er dood aan ergeren. Hoeveel irritante taal kan een mens verdragen? Dat is heel persoonlijk, maar mijn ergernissen over irritant taalgebruik (irritaal) bleven zich opstapelen en op een gegeven moment was mijn grens bereikt. Dat was het moment waarop ik besloot mijn mentale vaatje met taalergernissen af en toe te legen in een weblog. Ik waardeer ieder woord of iedere uitspraak van 1 tot 10 op de irrischaal. Mijn waarderingen zijn uiteraard volkomen subjectief, dus ik ben zeer benieuwd naar jouw persoonlijke taalergernissen!

Als je reageert op berichten op deze weblog, dan ga je daarmee akkoord met de voorwaarden.

Stem tot 1 december op het irritantste woord van 2009!

Respect

Er was eens een woord. Het was een prettig aanvoelend, positief woord. Mensen die het woord hoorden kregen spontaan een warm gevoel van binnen en ervoeren een sprankje zuiver geluk. Het woord spoorde mensen aan het ook tegen andere mensen te zeggen zodat ook die gelukkiger werden.

Het ging lang goed met het woord. Hoe vaker het werd gezegd, hoe vrolijker het het volk maakte. Het werd gekoesterd en velen vonden dat er geen mooier woord bestond. Het had geen spoor van negativiteit. Er gingen zelfs stemmen op om het woord een koninklijk predicaat te geven. Het was zelfs zo geliefd dat de verheffing van het woord tot cultureel erfgoed vele politieke agenda's haalde.

Tot op een zwarte dag het woord iets van zijn glans verloor. Weinigen hadden het zien aankomen, maar toen dat eenmaal was gebeurd, was er geen weg meer terug. Het woord had de hersenen van het volk verdoofd en geleidelijk begonnen mensen de betekenis van het woord te vergeten. Het woord had zich zo diep in hun hoofden geworteld dat mensen het zomaar, zonder aanleiding zeiden.

De betekenis van het woord werd allengs onduidelijker, maar het gebruik van het woord nam alleen maar toe. Tot, op een zekere dag, bijna niemand meer wist wat het betekende. Mensen zeiden het zelfs als ze elkaar tegenkwamen of afscheid namen, omdat 'hallo', 'dag' of 'hé' in onbruik waren geraakt.

Het woord werd minder en minder geliefd. Na zeven donkere jaren van rampspoed betekende het woord het tegenovergestelde van wat het oorspronkelijk betekende. Het werd je laatdunkend toegeworpen als iemand je had opgemerkt maar geen zin had om je verder ook maar een blik waardig te gunnen. Mensen kregen een hekel aan het woord.

De koning vond het zo langer niet kunnen en vaardigde een decreet uit van 7 op de irrischaal. Als bij toverslag was het volk genezen en het volk beloofde de koning plechtig het woord nooit meer ijdel te gebruiken. Respect had zijn werkelijke betekenis hervonden. En het leefde nog lang en gelukkig.

Hoe een Dutch Bloggie je leven verandert

(Verschenen als gastbijdrage op www.dutchbloggies.nl)

'Geen ene reet.'
Dat is wat Luna zei toen haar gevraagd werd wat voor profijt je hebt van het winnen van een Bloggie. Heeft ze toch maar mooi drie keer geen ene reet gewonnen. Dat kunnen weinigen haar nazeggen.

Waar is al dat geblog dan goed voor? Wat drijft ons tot bloggen? Na een lange werkdag en dagelijkse sleurdingetjes plof je vermoeid op de bank neer, maar gun je jezelf geen rust want je hebt nog geen stukje geschreven. Dat stukje zit in je hoofd en het moet eruit. Weer zoek je hoe je je bron van creativiteit kunt aanboren om een puntig stukje tekst te produceren. Partners, kinderen en huisdieren worden gruwelijk genegeerd als Het Grote Schrijven in gang is. Ze worden niet geacht te storen want De Schrijver mag niet uit zijn mentale tour de force gehaald worden.

Het is het allemaal waard. Je gezin mag er onder lijden, de kwaliteit van je sociale leven mag gereduceerd worden tot dat van een sinaasappel, want De Boodschap moet aan de wereld verkondigd worden. Hoe groot die wereld is weet je niet als je begint met bloggen. Natuurlijk denk je dat je blog na een week al honderden bezoekers per dag trekt, maar als je na twee maanden misschien drie reacties hebt gehad, en dan ook nog van je vader of moeder, dan merk je dat jouw blogje verzuipt in de oceaan van weblogs. Het is onbegrijpelijk dat de wereld niet ziet dat jouw schrijfsels ver boven de andere vlugschriften uitsteken.

Aandacht heb je dus nodig, en veel ervan. En ook vlug een beetje. Aanmelden voor de Google-index heeft echt geen zin, want Google is wel slim maar kan geen kwaliteit herkennen. Linkpagina's hebben hun beste tijd ook wel gehad, daar kijkt niemand meer op. Tweets vervliegen sneller dan het saldo van de DSB-bank dus die beklijven ook niet. Het enige dat aandacht genereert is een prijs winnen die er toe doet. En daar is er maar één van: een Dutch Bloggie!

Als je dus slim bent dan heb je je weblog genomineerd en als je goed bent dan sta je nu in de longlist, zo simpel is het. En als je écht goed bent dan win je gewoon een Bloggie. En als dát gebeurt, dan krijg je behalve een prachtige prijs..... geen ene reet. Volgens Luna dan. Ik heb er wel een reet aan overgehouden en misschien wel twee. Want wat de Dutch Bloggie in de categorie persoonlijk mij (behalve erkenning voor mijn - ahum - prachtige schrijfstijl) heeft opgeleverd is veel aandacht. Ook aandacht van een uitgever, die mijn weblog in boekvorm wilde publiceren.

Je kunt de Dutch Bloggies becommentariëren, afzeiken, incestueus noemen, van nepotisme beschuldigen, tegenverkiezingen organiseren, het mag allemaal, maar een ding is zeker: de verkiezing van de Dutch Bloggies is gewoon leuk. Niet meer en niet minder. En wie weet waar het winnen van een Bloggie voor jou toe kan leiden.

Wellness

'Kopje koffie?'
- 'Nee meid, ik ben helemaal van de koffie af joh!'
'Hoezo?'
- 'Nou, ik zeg ik hoorde dat het hartstikke slecht voor je bloedvaten en chorelestol is. Je weet wel, Nel, die van de overkant, die is der helemaal hypertendentieus van geworden joh.'
'Echt waar? Tjonge.'
- 'Nee, dus ik ging gelijk aan de groene thee. Echt sloten dronk ik ervan. Ik las dat die antioxo, antioxido, antioxitanden die erin zitten alle vrije radicalen opvangen.'
'Radicalen? Van die enge moslims?'
- 'Ja, nee joh. Niet van die moslims, maar radicalisering in je bloed. Want in de Libelle stond dat die je cellen opvreten.'
'Echt? Dan zal ik ook maar aan de gr...'
- Nee meid, niet doen! Ik zeg ik ben alweer gestopt hoor, zeg ik, want op internet las ik dat die antioxodanten veel te veel radicalen opvreten en dat is dan weer níet goed voor je.'
'Jeetje. Maar wat moet je dan drinken?'
- 'Wellness.'
'Wat?'
- 'Jaha, kruiden wellness. Vandaag op tv gezien. En wellness is goed voor je want dat betekent gezondheid.'
'Wellness... Eh, dat doen ze ook bij ons op de sportschool.'
- 'Zie je wel dat het gezond voor je is?'
'Ja, dat moet dan wel. Maar, die wellness, krijg je daar dan echt niks van?'
- 'Ik denk van niet, maar op internet las ik dat je er wel een 7 voor kunt krijgen.'
'Een 7?'
- 'Ja, op de irrischaal.'

Passie

Iedere sollicitant heeft het. Iedere kok heeft het. Iedereen die dansjes op tv doet heeft het. Iedere deelnemer in een wegstem-tv-programma heeft het. Jezus Christus had het. Sinds kort heeft Mart Smeets het ook, of - mag ik dat zeggen, ja dat mag ik zeggen - hij had het al langer maar typeert zijn vooral op zich zelf indruk wekkende carrière er mee. Ik vermoed dat zelfs de daklozenkrantventer het heeft. En ik heb het niet.

Passie.

Passie, passie, passie. Stapelgek word ik van dat woord. Je mag niets meer doen zonder passie. Het is een ongeschreven regel. Als je niet overduidelijk je passie laat blijken dan word je niet gehoord, dan ben je een grijs en zielig geval dat vervaagt in de massa. Je werk moet je met passie doen, sporten moet met passie, schrijven moet met passie, in de regen wachten op een bus moet met passie, je broek ophalen moet met passie, ja zelfs passie beleven moet met passie. Zonder passie lijkt het leven zinloos.

Ik vind veel dingen leuk om te doen en aan sommige beleef ik zelfs intens plezier, maar passie? Ik vrees dat ik het niet of zelden heb. Met hartstocht jezelf volledig overgeven aan iets en er in opgaan tot je genot je tot een extatisch hoogtepunt drijft: heerlijk moet het zijn, maar ik heb het niet.

Zelfs het met weinig zelfspot behepte instituut dat Mart Smeets heet heeft het en ik niet. Noem me een gevoelloze ploert, maar ik vind passie het meest misbruikte opblaaswoord dat er is. Het enige waar ik wellicht passie voor kan voelen is het bestrijden van het woord passie. Het mag duidelijk zijn: ik pas voor passie een geef dit woord een 9 op de irrischaal.

Regelmatig

Het komt geregeld voor dat regelmatig me irriteert. Mijn irritatie is in de regel matig, maar mondjesmaat wordt die steeds groter.

Als iemand beweert regelmatig verkouden te zijn dan vind ik dat bijzonder knap. Het is mij nog nooit gelukt om iedere maandag om 12 uur, of iedere derde dinsdag van de maand verkouden te zijn. Regelmatig veronderstelt - het woord zegt het al - een regelmaat, iets dat met vaste frequentie gebeurt.

'Ho ho!' hoor ik woordenboekenschrijvers en taalvaklieden al roepen, 'regelmatig en geregeld zijn vrijwel synoniem, dus uw bezwaar is ongegrond.' Mijn antwoord zal zijn dat ik het met hen oneens ben, want mijn taalgevoel zegt dat regelmatig vaste tijdstippen of intervallen aanduidt en geregeld niet.

Ik vind het tamelijk absurd klinken als ik zeg dat ik geregeld adem, want dat is redelijk vrijblijvend. Het kan dan herhaaldelijk en zelfs vaak zijn, maar het hoeft niet met vaste frequentie te zijn. De meeste mensen leven langer als ze regelmatig ademen (nee, niet één keer in de week).

Dezelfde absurditeit klinkt mij in de oren als iemand regelmatig zegt voor iets dat niet met vaste frequentie gebeurt. Je kunt iedere zondag, dus regelmatig, naar de kerk gaan, maar niet uit onhandigheid  regelmatig op je knie vallen. Regelmatig moet beter geregeld worden en daarom geef ik het geregeld foutief gebruikte regelmatig een 6 op de irrischaal.

Kanker verziekt je taal

Ik steun de actie van Richelle Laurijsen: http://www.kankerverziektjetaal.nl. Jij ook?
Richelle heeft gelijk (en ik kan het weten).

Te vet

De drang van de mens om zich uit te drukken in superlatieven is onbegrensd. Is er nog niet zo lang geleden met meest een overtreffender trap gevonden dan de overtreffende - meest vet lijkt vetter dan vetst - wordt die alweer overtroffen door een nieuwe overstijging: te.

Stel, je bent jong en je wint een wedstrijdje. Als je dan wordt gevraagd hoe je dat vindt, dan kon je tot voor kort maar één antwoord geven: 'Vet!' Als het een belangrijk wedstrijdje is, dan was de prijs die je won al snel de meest vette (en niet de vetste) prijs die je ooit hebt gewonnen.

Helaas, meest vet is alweer gedevalueerd. Want wat antwoordde het jongetje dat de finale van het Junior Songfestival won, toen hem werd gevraagd hoe hij dat vond? 'Te vet!'

Te duidt een overmaat aan. Te veel is meer dan nodig of gewenst en duidt meestal op een ongewenste situatie. Een prijs die te vet is, is dus vetter dan je zou willen. Het teveel aan vet zou je eigenlijk terug willen geven.

Ik vraag me af wat de volgende overtreffing van de overtreffende trap wordt. Te vetst? Te meest vet? Meest te vet? Ik begin een reeks te ontwaren. Het aantal overtreffingen is oneindig: vet - meest vet - te vet - vet te vet - meest vet te vet - te vet te vet -  vet te vet te vet - meest vet te vet te vet - enzovoorts. Dat staat dus garant voor voldoende taalirritaties in de toekomst.

Te vet is voor mij duidelijk te veel van het - goede wil ik het niet noemen - van het vette dan maar. Vet zonder te heb ik ook nooit echt begrepen als uiting van welbehagen, dus als ik vet een 7 op de irrischaal geef, dan geef ik te vet een moddertevette 9.

Er is maar één echte taalzuurpruim

Het kan toch niet zo zijn dat een ander weblog dan irritaal.web-log.nl wordt verkozen tot taalzuurpruim van 2009? Dat moeten we met zijn allen niet willen. Stemmen op irritaal dus!

Dat moeten we met z'n allen niet willen

In zijn hoogtijdagen als tv-presentator zong Hennie Huisman het al: 'met z'n allen'. Ik zat toen net nog op het randje van zijn doelgroep, maar zelfs als kind had ik al geen sterke behoefte ergens bij te willen horen. En zeker niet bij het gezellige kinderclubje van Hennie.

De politiek heeft geleerd van Hennie, want met z'n allen wekt bij de meeste mensen wel een groepsgevoel op en dus hebben ze die gezellige doe-mee-kreet weer afgestoft. De 'oude' politiek heeft wel wat groepsgevoel nodig, want het valt niet mee om tegen de populistische retoriek van Wilders op te kunnen.

Het is een oude truc. Als jij een mening hebt, dan projecteer je die op een grote groep en dan lijkt het alsof jij al die mensen vertegenwoordigt. Daarom zegt Wilders niet: 'Ik heb er genoeg van' maar 'Nederland is het spuugzat!' Afgaand op de peilingen vind ik het wel verbazend dat zoveel mensen hier in trappen.

Ik vermoed dat de niet-populisten het onfatsoenlijk vinden om zich ook tot het taalgebruik van Wilders te verlagen, dus hebben ze in een futiele poging meer mensen achter zich te krijgen met z'n allen geadopteerd. Het is een aardige poging om groepsgevoel te kweken, maar met z'n allen is net iets te lief en iets te vrijblijvend.

Dit is geen promotie van Wilders-taalgebruik. Wilders en zijn taalgebruik scoren zo hoog op mijn irrischaal dat een 10 bij lange na niet genoeg is om mijn irritaties daarover uit te drukken.  Toch vind ik dat moeten we met z'n allen niet willen zo halfslachtig, doorzichtig en overgedoseerd dat we dat met z'n allen niet moeten willen. Nederland is dat spuugzat en geeft het een 6 op de irrischaal!

Rollator!

Evolutie boeit me mateloos. Niet alleen de evolutie van al het natuurlijk leven, maar ook de evolutie van woorden. Wat maakt dat sommige woorden snel evolueren en andere niet? Een factor die zeker invloed heeft is leeftijd.

Hoe ouder een woord, hoe trager zijn evolutie en hoe jonger een woord, hoe sneller er nieuwe varianten van ontstaan. Het heeft bijvoorbeeld enkele decennia geduurd voordat uit dag (als begroeting), met tussenvormen als doeg, doei, doeidoei en doedoei, uiteindelijk doe is ontstaan.

Het woord rollator! is het resultaat van een van de snelste evoluties die ik ooit heb gezien. Veel associaties met snelheid roept rollator niet op, maar dat is niet de rollator die ik bedoel. Het betreft hier rollator met een uitroepteken, dus de uitroep en niet het rijtuig waar we allemaal achter dreigen te eindigen.

Het zal hooguit drie jaar geleden geweest zijn dat het uit het Engels vertaalde 'ik spreek je later' verkort werd tot later! Dat is dubbele gemakzucht: niet alleen hoef je minder adem te verspillen aan een afscheid, maar je hoeft je ook niet meer vast te leggen op vaste toekomstige tijden. 'Tot morgen' schept veel te veel verplichting.

Ieder mens neemt de gemakkelijkste weg, dus later! werd populair. Het probleem met populaire woorden is dat ze snel moppig vervormd worden. Het duurde dus niet lang voordat iemand latex! tegen me riep bij een afscheid. U zegt? Latex? Erger kan bijna niet.

Het kan nog erger. Vandaag riep iemand tegen me: rollator! Zoveel lolligheid kan ik niet aan. Bovendien word ik niet graag getrakteerd op een beeld van mijn weinig vrolijk stemmende voorland. Met innige droefenis geef ik rollator! een trage en pijnlijke 9 op de irrischaal.

Stemronde verlengd tot 1 december

Oplettende lezers zullen het wellicht al gezien hebben: de stemronde voor de verkiezing van het irritantste woord van 2009 is verlengd tot 1 december.

Dat hebben we gedaan om de boekhandels waar ook stemformulieren en -bussen voor de verkiezing staan, meer tijd te geven om stemmen te verzamelen. Het geeft tegelijkertijd een groter aantal bezoekers via internet de gelegenheid om een stem uit te brengen.

Pepernoten

Het grote onrecht dat ons ieder jaar weer wordt aangedaan is dat er pepernoten in de supermarkt liggen voordat er bokbier is. Zonder regelmaat wordt een mens ongedurig en dat geldt in hevige mate ook voor mij.

Even voor de duidelijkheid, de volgorde is als volgt: eerst paaseieren, dan aardbeien, dan bokbier en daarna pas pepernoten. Met eventueel als toetje, voor de liefhebber,  oliebollen.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb geen hekel aan pepernoten. Van mijn - redelijk onschuldige - verslavingen is het eten van pepernoten er één. Maar wel op het juiste moment.

Als herfstliefhebber kan ik na een lange zomer met smart uitkijken naar een vol en kruidig bokbiertje, dat je eigenlijk alleen zou mogen drinken tijdens een storm van minstens windkracht 6. Al weken loop ik zaterdags in de supermarkt linea recta naar het bierschap in de hoop daar het goudbruine geluk aan te treffen, maar om daar te komen moet ik me eerst door manshoge bergen zakken pepernoot heen worstelen.

Met een sinterklaaslucht in je neus is het slecht bokbier drinken. Daarom ga ik een wetsvoorstel indienen voor een algeheel verbod op pepernoten tot 1 november. Overtreding van de wet zal worden gesanctioneerd met het verlengen van de bokbierverkoop met twee maanden. Dat zal die supermarktjongens leren!

Pepernoten krijgen van mij van 1 januari tot 1 november een 8 op de irrischaal.

Stem nu op het irritantste woord van 2009!

De verkiezing van het irritantste woord of irritantste uitdrukking van 2009 is begonnen! Om voor de hand liggende commentaren voor te zijn: het is dus het irritantste woord of de irritantste uitdrukking. Er kan dus ook een zin winnen.

In de nominatieronde hebben 362 mensen in totaal 473 nominaties uitgebracht, wat 242 kandidaten heeft opgeleverd. De top 20 van kandidaten met de meeste nominaties zijn doorgedrongen tot de stemronde, die loopt van 1 oktober tot 1 december.

Klik hier om te stemmen!

Een kleine greep uit de nominaties die het niet gehaald hebben tot de stemronde: 'gezellie', 'dat wil je niet weten', 'nou ja kijk', 'iets een plekje geven', 'omvallen', 'bedrijfsbuffel', 'doorakkeren', 'een straffe madam', 'groter als', 'joetsj' (huge), 'mexicaanse griep', 'Powned',  'Wilders' en 'Yolanthe Cabau van Kasbergen'. De eervolle vermelding voor originaliteit gaat naar een kandidaat die de stemronde ook niet gehaald heeft: 'smurfencordonbleu'.

In enkele tientallen boekhandels kunt u in oktober ook stembiljetten en een stembus aantreffen voor de verkiezing.

Oké

OK, laten we even eerlijk zijn. OK, of oké, is toch ook jouw meest gebruikte stopwoord? Het mijne wel. Hoe vaak zeg je gemiddeld per dag OK? Ik schat mijn eigen gemiddelde op 30 per dag. Dat is schrikbarend veel. Toen ik daar over nadacht besefte ik dat OK (O.K.) een afkorting is, maar een afkorting waarvan? Wat raar dat ik deze afkorting zo vaak gebruik zonder dat ik weet waar die twee letters voor staan.

Het blijkt dat over de herkomst van OK geen overeenstemming bestaat. De uitvinders van OK kunnen Amerikanen, Fransen, Grieken, Choctaw Indianen of West-Afrikanen zijn. OK, daar komen we niet veel verder mee. Dan de betekenis maar. Wat betekent OK? Dat weet iedereen: het betekent in orde, of het is een teken van instemming: 'OK, ik geef het toe.' Dat is ook wat de woordenboeken vermelden.

OK wordt ook nog in een andere, steeds vaker voorkomende betekenis gebruikt, namelijk: 'ik heb je gehoord' of 'ik begrijp het'. Als je nog niet zo aan die betekenis gewend bent dan kan dat schrijnende situaties opleveren:

'Ik moest gisteren even naar Amsterdam.'
- 'Amsterdam is OK.'
'Ik moest naar het ziekenhuis en daar kreeg ik te horen dat ik ongeneeslijk ziek ben.'
- 'OK.'

OK is dus niet altijd OK. OK, als we elkaar goed begrijpen dan wil ik OK in orde bevinden als in orde maar niet als bevestiging van begrip. Daarom krijgt de begrips-OK een 4 op de irrischaal. OK?

Discours

Rijdend op de snelweg ving ik afgelopen week een flard op van een interview met een museumdirecteur, die kennelijk graag wilde dat een expositie doorgang zou vinden. Hij verklaarde: '... als het niet doorgaat dan zou al die moeite, al dat discours voor niets zijn geweest.'

Discours. Wat een akelig chic woord zeg! Overdonderd door zoveel eloquentie en overweldigd door zijn grote eruditie kon ik mijn auto nog maar net tussen de lijnen houden. Discours. Waarom wist hij wel wat het betekent en ik niet? Daar durf ik zonder gêne voor uit te komen. Weet jij wel wat discours betekent? Ik wist het dus niet.

Discours lijkt op parcours, dus als je volgens een parcours op de goede weg zit (op koers), dan zal discours wel de verkeerde weg, of uit koers zijn. Toch maar even wikiën of dat klopt: discours heeft meerdere betekenissen, waaronder:

  • Gebrek aan overeenkomst onder personen, groepen, of dingen.
  • Het spreken van een bepaalde groep op een bepaald niveau; vertoog.
  • Spanning of geschil dat uit een gebrek aan overeenkomst voortvloeien; meningsverschil.

De museumdirecteur schakelde moeite gelijk met een van deze drie betekenissen en constateerde vervolgens dat het voor niets zou zijn geweest als het niet door ging. Met gebrek aan overeenkomst of een meningsverschil zal het dus weinig te maken hebben, want als dat voor niets blijkt geweest, dan moet hij uit zijn geweest op meningsverschillen. Dat lijkt me geen goede strategie voor het organiseren van een expositie.

Als het niet doorgaat dan zal het vertoog dus voor niets zijn geweest. Ook al zo'n mooi woord. Volgens Wikipedia betekent vertoog 'het spreken van een bepaalde groep op een bepaald niveau [...], waarmee de betreffende groep de werkelijkheid structureert en daarmee (impliciet) vastlegt wat zij voor moraliteit en waarheid houdt.'

Ah! Nu komt de aap uit de mouw: moraliteit. De museumdirecteur converseert kennelijk graag op hoog niveau met zijn ongetwijfeld even interessante collegae en zal hevig teleurgesteld zijn als dat niet meer doorgaat. Ik krijg bijna meelij met de brave borst.

Ik krijg een vermoeden dat het wel meevalt (of tegenvalt) met de eloquentie van de directeur. Volgens mij weet hij zelf ook niet wat discours betekent en gebruikt hij dit woord enkel voor zijn vertoog. Ik walg van interessantdoenerij, dus tussen hem en mij zit een enorm discours, dat een 8 krijgt op de irrischaal.

Hun hebben

Hebben zij die hun hebben gelijk zeggen gelijk? Dat is maar net hoe je het bekijkt. Een zuiver objectief taalobservator zal constateren dat hun hebben een zeer wijdverbreid fenomeen is en dus ook een trend in de altijd veranderende taal, die wellicht in 2082 tot standaardtaal is verworden. De correctheid van taaluitingen wordt immers bepaald door de grote massa taalgebruikers en niet door instituten.

Moet je je daarom alle taalkronkels laten welgevallen? Volgens sommige echte taalliefhebbers wel: alle verschijningsvormen van taal hebben bestaansrecht en ze zijn er om van genoten te worden. Als de hoofdredacteur van Van Dale dat beweert, dan heb je een ijzersterk argument om je leraar er van te overtuigen dat hij "hun hebben"  in je opstel niet fout mag rekenen. Het bestaat dus het is juist. Toch vermoed ik dat de leraar in zijn hoedanigheid als handhavende macht een dikke rode streep door je taalbuiging zal zetten.

Zonder regels wordt het een rommeltje en kunnen we taalonderwijs wel afschaffen. Daarom ben ik voor handhaving van de geldende regels. Die regels kunnen er over 75 jaar heel anders uit zien, maar ik gruw van de gedachte dan hun als onderwerpsvorm ooit correct zal worden bevonden.

Zolang ik de regels aan mijn zijde heb acht ik 'hun hebben'-zeggers hun hebben op taalgebied niet hoog en geef ik dat een 8 op de irrischaal.

Populolbroek

Er zit er altijd wel eentje tussen op een feestje.

Hee gozer, goeiedagschotel. Alles flex? Goooeeed. Vet gezellie man: feessie, lekkere chickies, dode beesten op de barbeknoei en knallen met die ballen.

Tering, droge lucht hier man! Doe mij effe een zuipie. Dan gaan we zwaar relax man in die tuin. Vette chill. Heineuken of Snols? Introduceert me niks weetje. In prinspiepel zal mij het aan de anus oxideren, dus houdoe en bedankt olé olé! Suczeven!

Monumentje, hou je giecheltje effe want m'n vibrator gaat af. Hee, het vrouwtje wil vanavonond nog effe klussen, dus ik ga snel van smikkelenstein en dan van pleithuizen, want de balspanning wordt te hoog. De groente, tot sinas en auf wienerschnitsel!

Een vriendelijk verzoek aan eenieder die de illusie heeft dat het excessief tentoonspreiden van populaire en veelal moppig bedoelde taaluitingen, met als doel door de aanwezige personen en door de vrouwlijke aanwezigen in het bijzonder, geaccepteerd, of volgens een allicht ijdele hoop attractief gevonden te worden, of om het even welk ander doel dan ook, zich hier in het vervolg van te onthouden, aangezien dit voor allen, uitgezonderd diegenen die zich van het verwetene bedienen, maar in ieder geval voor mij in flagrant hoge mate, uiterst onbehaaglijke gevoelens kan oproepen met als onvermijdelijk gevolg een neergang van de plezierige en intieme sfeer, opdat ik mij niet meer genoodzaakt zie u te beboeten met een 10 op de irrischaal. Hartelijk dank.

Zuur

Klagen is gemakkelijk. Ongefundeerd afkraken ook. Iemand volledig de grond in trappen is nog gemakkelijker. En het is helemaal gemakkelijk als je dat anoniem doet. Misschien dat dit fenomeen daarom zo wijdverbreid is op het internet. Even lekker je gal spuien ten koste van iemand anders lucht op. Het effect daarvan is pas maximaal als je het op de persoon speelt, want van schelden en beledigen in het luchtledige hoeft niemand zich iets aan te trekken. Je voelt je pas lekker als je er zeker van bent dat je iemand persoonlijk hebt geraakt en het liefst, ten overstaan van de hele wereld, hebt gekwetst. Dan pas ben je een echte winnaar en voel je je beter dan een ander.

Goed klagen is moeilijk. Als je iets op je lever hebt en je wilt dat delen met anderen, dan zul je dat moeten uitleggen. Met het uiten van bezwaren op anderen wek je al snel de indruk dat je iets beter weet dan iemand anders, en dat kan snel omslaan in de indruk dat je jezelf beter vindt dan iemand anders. Het voorkomen van het ontstaan van die indruk is erg lastig. Daar weet ik alles van, omdat ik klaag over het taalgebruik van anderen.

Er wordt mij geregeld verweten dat ik een zuurpruim ben. Dat betekent dat ik er niet altijd in slaag om niet als betweter over te komen. Toch probeer ik dat wel (om níét als betweter over te komen). Waarom? Omdat ik niet hou van nodeloos schenenschoppen. Wijt het maar aan mijn goede opvoeding. Hoe? Door mijn bezwaren uit te leggen en vooral te laten blijken dat het bezwaar of de ergenis de mijne is en dat dat niet noodzakelijk een tekortkoming is van degene over wie ik klaag. Ik probeer daarom zo min mogelijk op de persoon te spelen, en als ik dat wel doe, dan probeer ik het slachtoffer in zijn waarde te laten.

Het loodzware woord respect dringt zich op. Dat is ook een valkuil die ik probeer te vermijden: als je jezelf te serieus neemt wordt je klaagzang zo zwaar dat die moeilijk te verteren wordt en dan word je al snel als zeikerd gezien. Ik probeer het dus luchtig te houden en (oef, ook al zo'n beladen woord) humoristisch. Op het moment dat je dat over jezelf zegt is de humor al grotendeels verdwenen.

Je mag mij een zuurpruim, een zeikerd of een azijnpisser vinden,  daar heb ik geen probleem mee. Ik kaats de bal, dus dan kan ik hem ook terug verwachten. Ik ben zelfs vereerd door de nominatie van de taalprof voor taalzuurpruim van 2009. Vanaf 17 oktober op mij stemmen dus. Maar je hebt zuur en zuur. Het ene smaakt zoet en het andere bitter. Ik koester de zoete variant en laat de bittere links liggen.

Waarom schrijf ik dit? Omdat ik binnenkort mijn oordeel mag vellen over andere weblogs als jurylid van de Dutch Bloggies 2009. Dit prachtige evenement is ook niet gespeend van enige verzuring, die vooral wordt veroorzaakt door bitterzure critici. Ook zij mogen hun - meestal slecht gefundeerde - mening geven, maar ik zie vooral de lol ervan. Vergeef me voor deze keer het gebruik van irritaal, maar ik vind de Dutch Bloggies gewoon leuk. Het geeft goede, minder bekende weblogs de kans om meer aandacht te krijgen. Nieuwe geluiden houden het leven spannend. Ook geeft het goede, bekende weblogs kans op lof.

Als jurylid zal ik open staan voor alle geluiden en alle smaken, hoe zacht of schel, hoe zoet of bitter ook. Ik besef dat de jury het nooit voor iedereen goed zal kunnen doen, maar als ik weblogs beoordeel ben ik gevoelig voor originaliteit en onderbouwde meningen (en goed taalgebruik uiteraard), dus ik kan niet uitsluiten dat ongefundeerde bitterzure uitingen een 9 op de irrischaal zullen veroorzaken.

Voor

Op internet wemelt het van de mensen die tegen zijn om het tegen zijn. Dat is hun goed recht, maar ik vind dat iets te gemakkelijk. Daarom ben ik in beginsel voor, tenzij ik tegen ben. Dat mag duidelijk zijn.

Zo niet vanmiddag, in de rij bij de drogist. Er stond iemand voor mij, dus ik was niet voor maar ook niet tegen, want ik hou niet van voordringen.

De mevrouw voor mij vroeg aan de kassière: 'Heeft u iets voor de muggen?'
'Ja hoor,' zei de kassière. Ze liep naar het schap, pakte een doosje en kwam terug met een middel tegen muggen.

Dat is grappig: je vraagt een middel vóór en krijgt er een tégen muggen. Voor is het enige woord dat ik ken dat dezelfde betekenis heeft als zijn antoniem. Voor betekent in deze context dus tegen. Dat kan verwarrend zijn, want het is een appeltje voor de dorst, maar ook een doekje voor het bloeden. De verwarring ontstaat doordat er een werkwoord wordt weggelaten dat bevestigt of ontkent: 'een appeltje voor het lessen van de dorst' en 'een doekje voor het stelpen van het bloeden'.

Ik was aan de beurt. Niet dat ik het nodig had, maar alleen om de kassière van haar stuk te brengen vroeg ik: 'Heeft u iets TEGEN de muggen?' Ze kon mijn humor niet waarderen. Een grimas die met heel veel fantasie op een vage glimlach zou kunnen lijken verscheen op haar gezicht. Nee, het was toch gewoon pure ergernis. Weer zo'n bijdehante grapjas, moet ze gedacht hebben. En dat was ik ook.

Voor de goede orde: ik ben niet zeer tegen dit gebruik van voor, maar soms kriebelt het. Daarom geef ik voor voor de vorm en tegen beter weten in een ontegenzeglijke 1 op de irrischaal.

Noes

De invloed van het Engels op het Nederlands beperkt zich niet meer tot een toenemend gebruik van leenwoorden. Er is een nieuwe vorm van het anglicisme bij gekomen, te weten het Engels uitspreken van Nederlandse woorden.

Op Radio 1 hebben vooral de vrouwelijke presentatoren het niet meer over nieuws, maar over noews of noes. Vanochtend opende Catrien Straatman de uitzending met: 'het Radio 1 Journaal met het noes van 31 augustus.' Ook Ghislaine Plag kan het woord nieuws niet normaal uitspreken. Zij heeft het over nioels.

Het is opmerkelijk dat juist nieuwspresentatoren zoveel moeite hebben met het uitspreken van nieuws. Het is volgens mij begonnen toen Weather News het weerbericht op Radio 1 ging verzorgen. Steevast wordt dat aangekondigd met: 'En nu het weer van Wedder Noes.' Radiogolven gaan door muren heen en zo heeft wedder noes zich via de FM in de hoofden van de radiopresentatoren genesteld. Het is besmettelijker dan de Mexicaanse griep en er zijn nog geen vaccins tegen ontwikkeld.

Het begint erop te lijken dat noes het noewe nieuws is. Ik pleit ervoor dat de farmaceutische industrie als de wiedeweerga Taminoes gaat ontwikkelen, want straks vallen we allemaal ten prooi aan de noewe uitspraak. Baat het noet dan schaadt het noet, dus ik ben benoewd of een 6 op de irrischaal kan bijdragen aan de vernoetiging van noes.

Verkiezing

Boek

Dutch Bloggies

  • Winnaar 2008 in de categorie Persoonlijk.

Feedburner